De eerste vijf generaties

In de afbeelding hieronder zijn de eerste vijf generaties te zien; met Leonardus (I) als de vroegst traceerbare voorouder. Aan de hand van deze stamboomweergave kunnen invullen dat Leonardus' vader vermoedelijk Rutger heette, aangezien de voornaam van de oudste zoon steeds van grootvader op kleinkind wordt overgegeven. In dit geval van Leonardus (I, ~1635), naar Leonardus (II, 1706), naar Helena (roepnaam Leentje). Een andere naam die we steeds doorgegeven zien worden is Elisabeth. Van Leonardus' (I) oudste dochter Elisabeth, naar Leonardus' (I) kleindochter Elijsabeth en Leonardus (II) noemt zijn tweede dochter ook weer Elisabeth (roepnaam Elsken). Mogelijk komt de naam Elisabeth van de moeder van Leonardus en moeten we zoeken naar ene Rutger die begin 17de eeuw gehuwd was met ene Elisabeth. Al kan het ook de naam geweest zijn van Leonardus' (I) tante, oma of de moeder van zijn eerste echtgenote. Waarom kan de moeder van Leonardus (I) geen Catharina geheten hebben? Die naam komt ook bij generatie IV en V voor. Dit valt natuurlijk niet uit te sluiten, maar Rutger's vrouw heette Catharina, wat waarschijnlijk de introductie van deze naam in de familie verklaard.

Stamboom familie Thomassen
Stamboom van de eerste vijf generaties familie Thomassen (en later ook Tomassen en Tomesen)

Herkomst van de namen Joannes en Hermannus

Nog een naam die al vanaf de vierde generatie voorkomt en daarna veel blijft voorkomen, is Joannes (Jan). Leonardus (II) geeft zijn oudste zoon deze naam, in plaats van het meer voor de hand liggende Rutger. De zoon daarna krijgt ook niet de naam Rutger, maar de naam Hermanus. Waarschijnlijk gaf Leonardus (II) zijn zonen deze namen omdat zijn vader Rutger op dat moment nog leefde. Voor de 19de eeuw was het zo dat kinderen nooit vernoemd werden naar een familielid dat nog in leven was (bronnen: loegiesen.nl en voorouders.net). Dat zou betekenen dat Rutger in 1738 nog leefde en dus minimaal 70 jaar oud is geworden. Vast staat dat hij in ieder geval in 1733 nog leefde, toen hij aanwezig was bij de doop van zijn kleinzoon Joannes (Jan).

Maar naar wie deze Joannes vernoemd is, is niet helemaal zeker. Waarschijnlijk is hij vernoemd naar zijn grootvader in vrouwelijke lijn. Het is niet bekend wie de vader van zijn moeder Cornelia Schaijkamp was. Mogelijk Willem Schaijkamp, die getuige was bij haar huwelijk. Of Evert Schaijkamp, die getuige was bij de geboorte van zoon Joannes in 1735. Uiteraard kunnen dit ook broers, ooms of neven geweest zijn. Het is dus zeker mogelijk dat Cornelia's vader Joannes heette.

Cornelia is vermoedelijk rond 1710 geboren, dan was zij 22 toen zij Leonardus huwde en 39 toen zij haar laatste kind kreeg (Elske). Mogelijk was ze zelfs nog wat jonger. Haar vader zal dan geboren zijn tussen 1670 en 1690. Een kandidaat die mogelijk Cornelia's vader was, is deze Wilhelmus Schaijkamp die begraven is op 10-11-1748 te Duiven. Het is onbekend waar Cornelia geboren is, maar Duiven ligt zo'n 7 km van Aerdt af, waar zij met Leonardus' trouwde. Neder-Elten - waar Cornelia en Leonardus zich uiteindelijk vestigden - ligt nog verder weg; zo'n 12 km van Duiven af. En in Aerdt zelf, trouwde in 1736 ene Wilhelmus Schaikamp, de kans is groot dat dit dezelfde Willem is die vier jaar eerder getuige was op Cornelia's huwelijk. En aangezien hij 4 jaar na Cornelia trouwde, zal hij niet heel veel ouder dan Cornelia zelf geweest zijn en was deze Willem Schaijkamp dus een broer of neef van Cornelia. Deze Willem liet op 29-03-1751 een zoon genaamd Joannes dopen, wat mij nog sterker doet vermoeden dat zijn (en Cornelia's) vader Joannes heette. Op 24-02-1764 te Duiven liet hij nog een zoon dopen: Everardus. Waarschijnlijk komt deze naam ook voor in de familie en is Leendert's en Cornelia's dochter Everdina daarnaar vernoemt.

Tussen de kinderen van Leonardus en Cornelia zit ook een andere naam die nieuw is in de familie: Hermanus. De herkomst hiervan is compleet onbekend. Opvallend is wel dat bij de doop van deze Hermanus, ene Hermanus de Hair getuige was. Maar bij mij zijn geen gevallen bekend van kinderen die naar een vriend van de familie werden vernoemd. Het kwam soms wel voor dat een kind naar de patroonheilige van een parochie werd vernoemd.

Verder onderzoek

Om verder onderzoek te doen, moet de hele eerste generatie van de familie in kaart worden gebracht. Bijvoorbeeld broers, zussen, neven en nichten van de stamvader. Zo kan mogelijk afgeleid worden hoe Leonardus' (I) vader heette. Kandidaten die mogelijk familie zijn van de oudste stamvader zijn:

  1. Maria Derze Thomas, * ? - ✝ 01-07-1697 te Oud-Zevenaar. Mogelijk is Leonardus' dochter Maiken naar ene Maria vernoemd. De naam Derze suggereert echter dat Maria de dochter is van ene Derk Thomassen of Thomas Derksen. Zie het geldersarchief.
  2. Maia Thomesen, * ? - ✝ ?. Gehuwd in 1653 te Oud-Zevenaar met Jan Druifs. Mogelijk dezelfde persoon als hierboven. Zie het geldersarchief.
  3. Margriet Thomasen, * ? - ✝ ?, getuige bij de doop van Bartruidis Godden op 13-01-1669. Zie het geldersarchief.
  4. Joannes Thonisse, * ? - ✝ ?, getuige bij het huwelijk tussen Idtje Winolt en Henrick Holthuis op 16-01-1668 te Oud-Zevenaar. Wat hieraan opvalt is dat stamvader Leonardus ook getrouwd is met ene Gaertje Winolt. Ook is de oorsprong van de naam Jan in de familie onbekend, mogelijk kwam de naam al langer in de familie voor en is deze persoon hier een voorbeeld van. Zie het geldersarchief. Zie ook deze Jan Thomass, getuige bij het huwelijk tussen Gerarda van Alst en Gerardus Hoveld op 16-07-1657 te Oud-Zevenaar. En deze deze Joannes Thomas die vader werd van ene Theodora Thomas op 02-04-1661.
  5. Joanna Thomissen, * - ✝, hetzelfde verhaal als hierboven, alleen dit is een vrouwelijke kandidaat met die naam. Zie het geldersarchief.
  6. , * - ✝, Zie het geldersarchief.

Vooralsnog is de meest aannemelijke hypothese dat de vader van Leonardus (I) ene Rutger Thomassen was, geboren rond 1600.

Oud-Zevenaar en Elten in de 17de eeuw

Oud-Zevenaar en Elten, de dorpen waar Leonardus respectievelijk opgroeide en later naar toe verhuisde, lagen in die tijd in de Kleefse enclaves en hoorden dus bij het Hertogdom Kleef. Dit waren gebieden die Hertog Reinoud III van Gelre in 1355 aan de Graaf van Kleef verpand had omdat hij in geldnood zat. Deze gebieden maakten in de 17de eeuw dus geen onderdeel uit van de Zeven Provincie├źn.

Het Hertogdom Kleef was sinds 1609 bezit van de keurvorsten van Brandenburg, omdat Hertog Johan Willen van Kleef in 1609 zonder erfgenamen stierf. Na de Vrede van Kleef, op 18 april 1666, hoorden Oud-Zevenaar, Elten en de rest van de Kleefse enclaves definitief bij het Electoraat Brandenburg, waar Frederik Wilhelm I von Hohenzollern van 1640 tot zijn dood in 1688 de macht had. In 1701 werden de enclaves Pruisisch bezit. Pas in 1815 werd op het Weense Congres besloten dat Oud-Zevenaar en de rest van de enclave, Nederlands wordt.

Kleefse Enclaves
De Kleefse Enclaves